Biberius

Het regent in de straten

‘Het regent in de straten, er is niemand in de stad. iedereen drinkt bier in het café….. ‘

Het bleef een fantastisch nummer ‘Niemand in de stad ‘ van de Dijk. Prima band, goede muziek, goede teksten. Daar genoot ik van. Net als van dat bier, vooral s’ zomers en bij voorkeur als de mussen dood van het dak vielen.Zelfs brouwen deed ik niet: ‘beter goed gekocht dan middelmatig zelf gemaakt.’Het was met bier maken, net als met elk vakmanschap: niets kwam je aanwaaien en behalve talent moest je ook hard werken en doorzetten.

Waarom over bier schrijven?

Waarom begon ik over bier? Wij wandelden en dronken dan onderweg graag koffie. Daar kreeg ik dat café krantje in handen: Biberius bier. Leuke naam maar wat was het?Lang hoefde ik niet te zoeken. Het was de uit de hand gelopen hobby van een vader en zijn twee zoons. Ze waren zo enthousiast bezig dat ze nu een kleine brouwerij hadden. Als naam kozen ze ‘Biberius’, leuk dacht ik, kort en krachtig. Tot ik las hoe ze aan de naam kwamen. Ze hadden hun bier de bijnaam van keizer Tiberius gegeven. Bevend van schrik viel het krantje uit mijn handen. Dit kon nooit goed aflopen. Ik kende die keizer.

het Forum Romanum

In de verte sloegen de kerkklokken het middennachtelijk uur. De Romeinen meden het Forum Romanum, ze hadden de dampen op zien stijgen, ze hadden de bloedrode maan gezien, ze wisten wat voor nacht het op het Forum was. ‘Dit is de nacht van Augustus,’ fluisterden de Romeinen, ze bedoelden niet de maand. En zelfs Romeinen, die zelden of nooit een kruisteken sloegen, wisten hoe dat moest. Nee, deze nacht was de spooknacht, de nacht dat de geesten van de familie van Augustus bijeen kwamen, altijd bij de ruïne van zijn mausoleum. De laatste keer was drie jaar geleden, de verdwaalde Romeinen in de buurt hadden er soms nog nachtmerries van.

De schim van Augustus

Langzaam kreeg de schim van Augustus iets meer stevigheid, nog even en hij kon lichte materie manipuleren en dat had hij nodig. Vannacht wilde hij zijn opvolger zijn gedrag inpeperen. Sinds Augustus zo’n 200 jaar geleden iets had opgevangen van een gesprek tussen zijn vrouw en zus, had hij de pest in over Tiberius en zocht hij een manier om hem te grazen te nemen. Die rotzak had zich in zijn laatste levensjaren echt laten gaan. Als oude man had Tiberius geen sterke schouders om de weelde te dragen: drinken, orgieën en meer van dat soort fraais.

Augustus pikte het niet

Dat pikte Augustus niet, die Tiberius had een stevig lesje nodig al was stevig in het geval van geesten een rekbaar begrip. ‘Augustus’…’Tiberius’, de groeten waren afstandelijk, tenslotte waren ze alle twee keizer. Rustig manipuleerde Augustus het stuk papier in de richting van Tiberius. ‘Dit pik ik niet,’ en weg was Tiberius. Daar keek Augustus niet van op, sterker dat was wat hij wilde. Hij wist dat Tiberius Groesbeek nog moest kennen van de ovens bij Holdeurn, hij was er geweest voor hij met zijn troepen Germania introk. Caesar noemde die Batavieren al, Augustus en ook Tiberius hadden zelfs Batavierse lijfwachten. Die machtige druïden van hen zouden korte metten met de geest van Tiberius maken, als hij daar woest tekeer ging. Die zag hij nooit meer terug.

Tiberius maakte vrienden

‘Augustus’, daar stond Augustus van te kijken, nu ja, hij zweefde. Hij wist niet meer te zeggen dan ‘Je bent terug.’

            ‘Had je dat niet verwacht dan?’

            ‘Je vertrok nogal woest. Dus ik dacht dat die Batavieren daar wel iets op wisten.’

            ‘Ja, het waren formidabele vechters, die Batavieren. En deze keer hadden ze zichzelf overtroffen.’

            ‘Hoe dan?’, wilde Augustus weten.

            ‘Ze brouwen nu heel goed, zeg maar fantastisch, bier. Ik heb er van genoten.’

            ‘Mafkees, je bent een geest. Je kan niet drinken.’

            ‘Poe, ik kan de geest van het bier in mij opnemen dat is veel beter dan drinken. Nee echt, het smaakt fameus, briljant. Woorden schieten hier tekort. Als ze mij Biberius noemen, dan vergeef ik ze dat graag. Tjonge, jonge was dat bier lekker. Ik wilde bijna niet terug komen.’

            Augustus zou iets anders moeten verzinnen om Tiberius dwars te zitten, maar eerst moest Tiberius hem dat Biberius bier laten proeven.