De paus als bestuursvoorzitter

Dit is een saai stukje.

Besturen – in de zin van de tent runnen, besluiten nemen, wetten maken en zorgen dat de voorraad Wc-rollen op peil blijft – is nu niet bepaald rock-’n-roll. Qua smeuïgheid, vergeleken met de andere pausverhalen, is het niet zo interessant. Een paar smeuïge artikelen in een wet zie ik niet zo snel. Besturen doe je goed of je doet het slecht.

Is de paus een goede voorzitter?

Hoe hebben de pausen het eigenlijk gedaan als voorzitter van de directie van de multinationaal ‘de R.K. Kerk’? Eigenlijk helemaal zo slecht nog niet. Ga maar na, het bedrijf bestaat zo’n twee duizend jaar, welk bedrijf kan dat de kerk nazeggen? Ze hebben nog steeds een miljoenen aanhang, ze hebben nog steeds een goedlopend product. De kerk heeft veel overleefd, soms dankzij de paus van dienst, vaak ondanks de paus van dienst.

De bestuursstijl

Er valt natuurlijk op de bestuursstijl nogal wat af te dingen, vaak was de reactie van de Kerk op een misstand nogal wereldlijk, niet bepaald het ‘toekeren van de andere wang’, verre van dat. Grof geweld was een toegepast middel om het geloof te bewaren of te verkondigen. Denk alleen maar aan de oorlogen tegen de Katharen of de kruistochten in Oost-Pruisen. Of neem de inquisitie, dat waren ook geen jongens om liefdevol een handje beet te houden. Oh, ze wilden die hand wel vast pakken, maar dan om hem af te hakken.

Dwalingen

En dat geloof bewaren was best lastig. De Kerk heeft heel wat dwalingen doorstaan, als het tenminste dwalingen waren. Want, laten we eerlijk zijn, een dwaling is alleen een dwaling omdat hij niet als zodanig in de leer is opgenomen. Dwalingen bij de vleet, vooral in de eerste duizend jaar: gnostieke leringen, montanisme, modalisme, donatisme, arianisme, nestorianen , novatianisme, het monofysitisme, manicheïsten, monotheïsme. Het is teveel om op te noemen en ik zal er ook nog wel wat gemist hebben. Ik weet niet eens wat het allemaal inhoudt, ik ga het ook niet uitzoeken.

Ze vochten elkaar de tent uit

Ze vochten elkaar de tent uit, die eerste duizend jaar, vooral vanwege die dwalingen. Daarna ook nog, zo’n achthonderd jaar met tussenpozen, maar toen ging het meer om de macht en het geld. Jammer dat Bellingcat of Follow The money toen nog niet bestonden. Tjonge, jonge wat zouden die gesmuld hebben en wat zouden ze allemaal boven water gehaald hebben.

Dat de kerk dat overleeft heeft, is echt een godswonder. En nog belangrijker: dat de Heer zijn geduld niet verloor en zei: ‘Ik ruim dat hele zooitje op en begin opnieuw.”

Dwalingen die het wel overleefden, werden afsplitsingen en ook daar zijn er nogal wat van: lutheranen, hervormden en gereformeerden, de oosterse kerk, de koptisch kerk, de oudkatholieken. Soms leek het net een kerkgenootschap uit onze Bijbelbelt: zet drie gelovigen bij elkaar en je hebt twee afsplitsingen.

Echte paus of neppaus?

Om te zeggen dat het allemaal goede bestuurders waren, nu nee. Het gros van de tijd waren de pausen zakkenvullers, het was een gewild baantje want je kreeg macht en geld. Dus wat krijg je dan: pausen, tegenpausen, valse pausen, zelf benoemde pausen. Soms weet het Vaticaan zelf niet of een tegenpaus toch niet een echte paus is. Ze hebben een officiële lijst, dat wel en daar houden ze zich aan vast. Maar wat zegt die lijst? Al sinds de derde eeuw kwam het voor dat er meerdere pausen tegelijk waren. In deze gevallen erkent de Kerk een van de pausen als de rechtmatige paus en die ander is dan de tegenpaus. Soms zijn de argumenten te volgen en soms lijkt het of er een muntje is opgegooid. Een destijds rechtmatige paus kan nu, zoveel eeuwen later, ineens een tegenpaus zijn of uit de lijst geschrapt worden zoals paus Stefanus II in 1961 over kwam. En waarom? Hij stierf al na twee dagen vóór hij ingehuldigd werd. Oké, denk je dan, het zal wel de regel zijn. Maar hoe zit het dan met Adrianus V, die stierf voordat hij tot priester en bisschop werd gewijd, laat staan dat hij ooit tot paus gekroond is. Toch staat hij wel op de lijst. Ach, misschien zijn ze nog niet aan hem toegekomen.

Damasus

Er zitten portretten onder, dat hou je niet voor mogelijk. Je had paus Damasus, die stond niet bekend om zijn sublieme afhandeling van bestuurszaken. Liever zat hij aan een lange lunch, die overging in het diner. Let wel, we praten dan over de jaren rond 360, de  christenvervolgingen lagen nog vers in het geheugen, het bloed in de arena was nauwelijks opgedroogd. Hij is de beschermer van de griep, daar bakt hij ook niet veel van want dat virus komt elk jaar terug.

De stem in de kikker

En dan heb je in 1233 het boek ‘De stem in de kikker.’ Ik denk dan, mooi een kinderverhaal en zo gek is die gedachte niet want ik heb een hele reeks verhalen geschreven over Kwaak de Kikker. Nee, zelden zat ik er meer naast. Het is een bul van Gregorius IX tegen hekserij. Tja, ik weet niet of je ze dan allemaal wel op een rijtje hebt. Gregorius IX duidelijk niet want die riep zichzelf ook uit tot baas over alle wereldlijke machten op aarde en dat terwijl de aarde nog niet eens in z’n geheel ontdekt was. Dat de kerk een groot deel van het middenoosten aan de Islam was kwijt geraakt, negeerde hij. Van de Mongoolse horden die Polen en Hongarije binnen vielen had hij blijkbaar nooit gehoord. Die Gregorius was niet echt een bestuurder die ze allemaal op een rijtje had.

zakkenvullers rond de stoel van Petrus

De kerk had in het verleden er een handje van om bestuurders te kiezen die de kerk langs de rand van de financiële afgrond lieten scheren. Wat op zich wel logisch was met al die zakkenvullers rond de stoel van Petrus. Die zakkenvullers voelden over het algemeen haarfijn aan wat het juiste moment was om er met de buit vandoor te gaan.

Daar zaten die kardinalen dan in conclaaf bijeen, de paus dood, de boel nagenoeg failliet en zij moesten een nieuwe paus kiezen. Die kardinalen maakten zich natuurlijk zorgen. Straks ging de zaak failliet en werden zij als filiaalhouders mee de financiële afgrond in gesleurd. De deurwaarders legden beslag op hun mooie paleizen en wat dan? Slapen onder een brug? Misschien een sociale huurwoning? Huiverend van die nachtmerrie, dat schrikbeeld kozen ze voor de verandering een paus die wel kon besturen, zodat er na zijn verscheiden weer een gevulde schatkist was.

De paus bevordert het protestantisme

Bestuurlijk gezien zijn er een paar pausen, die er uitspringen. Je hebt Paus Leo X en zijn opvolgers die het protestantisme hebben laten ontstaan en je hebt de pausen die de kerkelijke staat kwijt zijn geraakt.

“U bid vijf wees gegroetjes en vijf onze vaders en uw zonden zijn u vergeven.”

“Eerwaarde vader, ik heb nog een tegoedbon.”

Nee hè, niet weer een, dacht Maarten toen hij de aflaatbon aanpakte.

“Geef u mij gewoon de absolutie en dan zijn we klaar.”

De vloeken, die Maarten in zijn hoofd slaakte, vergaf hij zichzelf in een moeite door met de absolutie aan die rijke koopman. In de pastorie kon hij wel schelden en tieren tot hij een besluit nam. Genoeg was genoeg en deze laatste aflaatbon was de spreekwoordelijke druppel voor Marten Luther. Hij was die gelovigen zat die hun zonden biechten en gelijktijdig wapperden met hun duurbetaalde aflaten en de absolutie op eisten waar ze recht op hadden. Het ging hem niet zozeer om de verkoop van die aflaten voor gepleegde zonden, nee, die monnik Tetzel verkocht voor grof geld aflaten voor nog te plegen zonden. Dat stuitte hem tegen de borst.

De stelling van Maarten

Hoogstwaarschijnlijk heeft hij die beroemde vijfennegentig stellingen niet op de kerkdeur gespijkerd, toen in 1517. Hij zal het zonde van de deur gevonden hebben. Hij stuurde die stellingen naar de aartsbisschop van Maagdenburg.

Die was daar niet blij mee, die stellingen kwamen spijkerhard bij hem binnen. De kist met goud en zilver van Tetzel was via hem naar Rome gestuurd, wel iets lichter bij vertrek dan bij aankomst. Zijn deel, die twee mooie briesende raspaarden stonden voor zijn neus. Zijn huishoudster had er ook een klein cadeautje aan over gehouden. Hoe blij ze daar mee was, liet ze hem die nacht zien toen ze gekleed in haar nieuwe gouden oorbellen op hem zat.

Aan deze hete aardappel ging de aartsbisschop zich niet branden. Hij stuurde de stellingen door naar Rome. Daar ging tijd overheen en of de stellingen snel op het bordje van de paus lagen is niet bekend.

Maarten ging zijn stellingen prediken, hij kreeg aanhang, eerst de burgers, toen de lagere adel tot ook landsvorsten zijn stellingen omarmden. Natuurlijk kreeg hij aanhang. Al heel lang keken gelovigen met afschuw toe hoe de kerkelijke leiders zich te buiten gingen aan overspel, het verkopen van kerkelijke ambten, heilige zaken, moord en het benoemen van familieleden tot kardinaal.

Paus Leo X

Dus de stellingen van Maarten lagen in Rome. Bij paus Leo X op zijn bureau. Het punt was dat Leo niet zo vaak achter zijn bureau zat. Leo was meer van de kunst en de cultuur. Hij hield van het goede leven en gaf graag en vaak een stevig feestje. Pas na twee jaar nam hij Maarten serieus. Ik denk dat het ongeveer zo gegaan kan zijn: “Oké, de lunch met die in lamsbouillon gegaarde reiger was heerlijk, die wijn was precies goed, het toneelstuk was leuk. Ik ben echt in de stemming voor wat bestuurszaken. Laat mij dat stuk van die Duitse halve zool maar eens lezen.”

De boodschap beviel Leo X niet, wat dacht die boerenkinkel uit het noorden wel niet. Dat de paus zijn gedrag, zijn leven ging aanpassen? Ha, Leo was een de’ Medici én paus, die paste zijn leven niet aan, het leven moest zich aan hem aanpassen. Hier was maar één antwoord mogelijk. Bammmm…, de klap van zijn zegel deed de rode lak opspatten. Excommunicatie: “Stuur maar naar de Keizer en naar de kardinaal van Maagdenburg. Die moeten dit varkentje verder maar wassen. Ze sturen die Luther maar naar de inquisitie, die weet wel raad met dit soort gespuis.”

Tja, de rest is geschiedenis, de afscheiding was een feit. Die Leo was toch al niet populair in Rome, dus wat gebeurde er? Er kwam een staatsgreep, in dit geval was dat een poging tot vergiftiging door een groep kardinalen. Dat pikte Leo niet, kardinaal Petrucci liet hij terecht stellen. Vrij kort daarna stierf Leo plotseling en direct dacht men aan vergif. Bewijzen zijn er nooit gevonden.

De volgende pausen deden het ook niet slim

De manier waarop de pausen na hem, Adrianus VI (de enige Nederlandse paus) en Clemens VII ( een de’ Medici neef van Leo X), reageerden op Luther was ook niet zo slim. Zij waren de baas, zij zouden hem wel even mores leren. Hun antenne voor wat er leefde in het noorden van Europa had blijkbaar niet in de gaten dat die Noordelijke boeren allang geen simpele heikneuters meer waren maar zelfbewuste stedelingen. Het noorden gaf die pausen een dikke middelvinger en met de kerkscheuring is het nooit meer goed gekomen.

De paus die zijn staat verloor

De kerk, als staat, overleefde de Franse revolutie, samen met alle andere vorstendommetjes in Italië. Toch lag daar al de kiem voor de eenwording van Italië. Napoleon had namelijk gezorgd voor moderne wetgeving en dat werd de bijl aan de wortel van de tradionele feodale verhoudingen. De kerkelijke staat overleefde, dankzij de steun van Oostenrijkse en Franse troepen, de revoluties van 1820, 1830 en 1848. Toch had Pius IX moeten weten waar hij aan toe was, voor de revolutie van 1848 moest hij de benen nemen. Langzaam ontstond de staat Italië en omstreeks 1860 was er nog een klein stukje, de regio rond Rome, over van de Kerkelijke staat. En in 1870 was daar de Frans-Duitse oorlog, Napoleon III moest zijn troepen bij de paus terug trekken, hij had ze zelf nodig.

Dat was direct het einde, op een piepklein stukje van Rome zelf na, van de kerkelijke staat. Ondanks het verzet van de Zwitserse garde en een leger katholieke vrijwilligers, de zoeaven. Nederland was toen nog een hondstrouwe aanhanger van de paus en leverde ongeveer een derde van alle mannen. Kom daar nu nog maar eens om, ik denk dat we eerder ‘Popie Jopie, yeah’ beginnen te zingen.

Pius X

Pius IX beschouwde zich als de gevangene van het Vaticaan en wees elke samenwerking met de Italiaanse staat af. Zijn opvolger, Leo XIII, snapte de moderne tijd ook al niet en vond dat God en de Kerk de bron van alle macht was. Van het volk of de natie, als bron van macht, moest hij niets hebben. De staat wilde graag praten, nee dus: ‘eerst mijn fiets terug.’

O nee, dat was een andere oorlog, hij zei: ‘Eerst mijn land terug.’ Ook hij hield zichzelf opgesloten in het Vaticaan. Van moderne fratsen als vrijheid, gelijkheid en broederschap moest hij helemaal niets hebben. Hij droomde van het geestelijk leiderschap over alle christelijke volken en van de restauratie van de Pauselijke Staat. Hij bleef dromen tot hij stierf.

Zijn opvolgers bleven dromen

Zijn opvolger, Pius X, snapte het ook nog steeds niet, geestelijk was hij in de negentiende eeuw blijven hangen en hij was niet bepaald een goed diplomaat. Ook hij hield zich doof voor de staat, ook hij wilde eerst zijn land terug, ook hij bleef binnen de muren van het Vaticaan.

Benedictus XV, de volgende, tja, daar weet ik niet zoveel van. Misschien omdat hij het Vaticaan niet uitkwam.

Pius XI dacht na zo’n dik vijftig jaar dat het wel welletjes was met die ruzie met de staat Italië. Met Mussolini sloot hij een deal en toen was de kerkelijk staat definitief ten einde, op Vaticaanstad na.

Al met al klopt mijn openingszin: dit is een saai stukje.