Waar blijft mijn erfenis?

Tv-programma

Ruben Nicolai heeft een nieuw programma, hij zoekt erfgenamen voor verweesde erfenissen. Ik heb slecht een stukje gekeken want ik wilde nieuwsuur zien. Toch het idee bleef bij mij hangen, daar wilde ik meer van weten. En dan gaat er een hele andere wereld voor je open, een wereld waar je normaal gesproken nooit in terecht komt: de wereld van de consignatie kas.

Consignatiekas

Moeilijk woord consignatie, het betekent dat in die consignatie kas geld bewaard wordt. Die kas zit vol met poen uit erfenissen, faillissementen, schuldsanering enz. Er is zelfs een aparte wet voor: de wet op de consignatie uit 1980, nog van Beatrix.

Die kas is van de overheid en bij erfenissen geven advocaten en notarissen geld in bewaring gegeven als ze geen rechthebbenden kunnen vinden. Dat schijnt voor te komen.

De erfenis van oudoom Ghijsbertus

Je kan zelf zoeken of de staat soms wat voor jou bewaard. Natuurlijk ben ik direct op zoek gegaan naar al die familie miljoenen van oudoom Ghijsbertus. Dat viel tegen. Op de naam Slierendregt: niets. Dan de naam Slierendrecht, de arme tak: ook niets. Als laatste probeerde ik Slierendreght, de rijke tak : ook niets. Ach eigenlijk wist ik dat de kans op winnen van de hoofdprijs in de staatsloterij groter is dan een onverwachte miljoenen erfenis.

Miljoenen euro’s aan erfenissen

Elk jaar blijven er miljoenen euro’s aan erfenissen liggen, in die consignatiekas.  En dat terwijl het dankzij internet heel makkelijk is om erfgenamen op te sporen. Dat lukt vaak, dan gaat zo’n erfenis alsnog naar een opgedoken erfgenaam. Komt er twintig jaar niemand, dan grijpt de staat zijn kans en is de erfenis foetsie. Natuurlijk, ik had niet anders verwacht.

En toch komt er steeds meer geld bij. Rara, hoe kan dat? Tja, je gelooft het niet maar het niet kunnen vinden van nabestaanden is, ook in dit digitale tijdperk, soms een probleem.

€ 45,38?

Bedragen boven de €45,38 bewaart de overheid twintig jaar in die kas. Raar bedrag € 45,38. Waarom niet € 45,37 of € 45,39. Daar vergadert vast een commissie over tot in de vroege uurtjes.

Mijn teerbeminde nicht A.Visser

Maar stel je nu eens voor dat je Visser heet en nieuwsgierig geworden door het programma van Nicolai ga je zoeken op de site van de overheid. Dan kom je A.Visser tegen met de in bewaring gegeven opbrengst van de verkoop van een woning in Zwijndrecht.

Dan denk je: verrek A.Visser én Zwijndrecht. Zou A. voor Amalia staan? Een naam die veel voorkomt in mijn familie, mijn zus heet Amalia, mijn moeder heet Amalia en mijn oma heette ook Amalia. Bovendien vertelde mijn moeder dat de broer van haar Oma, ook een Visser, in Zwijndrecht is blijven wonen.

Bingo!

Bingo, denk je dan, die erfenis is voor mij, die vraag ik gelijk op.

Ha, dan heb je even buiten de waard – in dit geval de staat –  gerekend. De staat der Nederlanden staat er nu eenmaal om bekend, dat wat ze in handen heeft, niet snel afgeeft of vergoedt. Vraag dat maar aan de aardbevingsslachtoffers in Groningen of de gedupeerden van de belastingfraude.

Kan ik even cashen

Nee, zo maar: kan ik even cashen is er niet bij. Bij dat opeisen van jouw rechtmatige erfdeel  komt meer, veel meer, kijken.

Om te beginnen moet je een kopie van je legitimatie meesturen, dat lijkt mij nogal logisch en is niet moeilijk. Nu wordt het moeilijker, je moet bewijzen dat je rechthebbende bent. Dus is die A. Visser een achternicht? Je houd met terug werkende kracht zielsveel van haar, want die erfenis wil je hebben maar je hebt geen idee wie  zij is. Je hebt die A.Visser nog nooit gezien. Dat betekent een stamboek onderzoek.  Dat kost tijd, ook omdat je tegenwoordig niet zomaar een gemeente binnen kan lopen, die hebben meestal digitale grensbomen neergeklapt.

Amalia Visser is jouw snik, snik teerbeminde overleden familielid.

Na een paar maanden ploeteren heb je dan een stamboom en inderdaad A.Visser blijkt Amalia Visser te zijn, jouw snik, snik teerbeminde overleden familielid.

Met alle papieren onder je arm ga je naar de notaris van Amalia: “Ik ben familie, ik wil graag een kopie van het testament.”

“U wilt zeker uw erfenis opeisen?”

“Inderdaad.”

“U heeft een stamboom?”

“Alstublieft”

“U bent 4de graadfamilielid, u heeft recht op uw deel van de erfenis.”

“Hoezo mijn deel? Maak alles over op mijn bankrekening.”

“Tja, dat is een tikje lastig, nu ik die stamboom heb, zie ik dat er nog meer erfgenamen zijn.”

“Die hebben zich niet gemeld.”

“Jammer voor u werkt het zo niet. Ik wikkel het verder af met de consignatiekas, ik zal een en ander uitzoeken en dan krijgt u bericht.”

Natuurlijk wil die notaris het uitzoeken, dat is zijn plicht en hij kan weer uren op de erfenis declareren.

Een dikke envelop

Dan, na twee maanden, valt een dikke envelop in je brievenbus. Vol verwachting scheur je de envelop open en leest:

“Zeer geachte erfgenaam,

Hierbij delen wij u mede, dat na aftrek van kosten, belastingen enz. uw aandeel in de erfenis € 2.576,94 bedraagt.”

Oké, je kan denken, stelletje profiteurs van jouw werk, die andere familieleden. Nooit keken ze om naar A. Visser, toch staat er straks mooi € 2.676,94 op hun bankrekening. Ach, het blijft mooi meegenomen, dus laat die profiteurs.

Jammer genoeg is de volgende envelop van het ministerie van financiën niet zo leuk: “U schiet over de huurtoeslag drempel heen, u moet € 3.000 terug betalen.”

Ja om iets uit handen van de staat te trekken moet je vroeg opstaan.