hoog water

Het water stijgt

En het Spaarne stroomt… Zoals het steeds voorbij zal blijven stromen. Het water gaat, wat blijft is de rivier. En wat er ook voor andere tijden komen, hij stroomt voorbij en blijft toch altijd hier.

Iedereen kent natuurlijk dit nummer van Boudewijn de Groot. Klinkklare onzin, dit nummer! Er klopt geen bal van: het water stroomt niet voorbij, het water blijft en het water stijgt. Deze winter steeg het water al een paar weken, in twee golven. In december was het eerste hoogtepunt en in januari steeg het water door tot hoogten die de stad in opwinding bracht: zou de kaai weer onderlopen?

Hoog water meten

Ook ik wil volgen wat het water doet. Ik heb drie methoden om de hoogte van het water te meten. De eerste manier is simpel. Je kijkt gewoon op de elektronische meetpaal buiten het appartement. Je moet er voor naar buiten, dat wel. Methode twee is eenvoudig. Ik pak de verrekijker en kijkt naar de meetlat op de peiler van de Waalbrug. De laatste methode is het leukste: het steeds verder onder water gaan van de fiets en het verkeersbord bij de boot van Opoe Sientje. Het is me een massa water, die er voor Nijmegen ligt. Water zover je kan zien. Waar eens wandelaars liepen, stroomt nu het water; water, heel veel water, niet geremd door enig obstakel. Het eiland? Grotendeels water. De Ooypolder? Grotendeels water. De Spiegelwaal? Verdwenen, opgegaan in de Waal. De tonronde brug? Staat volslagen zinloos met twee poten in het metershoge water. Het Zeumplankje over de nevengeul? Verdronken. Runderen en paarden zijn weggehaald; droge grond is er niet meer.

Het water komt over de kade

En dan klotst het water over de kade; de sluisdeuren in de benedenstad zijn gesloten. De Waalkade zelf trouwens ook, lekker rustig: geen auto’s! Wel heel veel voetgangers; iedereen komt kijken naar het wassende water. Natte voeten, daar moeten ze wel voor uitkijken want regelmatig slaat er een golf water over de kaai. In december konden we via de stapstenen boven het water nog naar het eiland lopen. Alleen het pad op het eiland was nog droog. Het pad lag als een smal lint tussen twee watervlakten, die dreigden zich elk moment over het pad te verenigen tot één watermassa. De overloop tussen de Waal en de Spiegelwaal was een wild water baan. Het lawaaierig stromende water in de stroomversnellingen is als muziek in de winter. Die wildwaterbaan was een buitenkans. De sporters maakten er graag gebruik van. Waar je eerst voor naar de Ardennen moest rijden, gebruik je nu de lunchtijd voor: “ik ga even naar de Waal, wildwater varen.” Daar waar wandelaars en fietsers het altijd voor het zeggen hebben, regeert nu de kano. Ook leuk!

Watermassa

Vanaf de Waalbrug heb je een indrukwekkend uitzicht over de immense watervlakte. De meeuwen hebben het lastig: landen op het water van de Waal is er niet bij. Elke vogel verdrinkt direct in de kolkende stroom. De watermassa is van een poëtische schoonheid; als je niet beter wist zou je denken dat het water inderdaad blijft, stilstaat. Dichterbij zie je de felle stroming, niks niet traag stromen door oneindig laagland. Toch doet deze watermassa mij aan Hendrik Marsman denken. Zijn gedicht gaat hier nog steeds op, alleen gaat het water sneller en laten we geen boerderijen meer onderlopen. Het blijft een brede rivier, die razend snel, in een oneindige watermassa, door oneindig laagland gaat; de rivier is geworden tot één geweldige ruimte. En de lucht hangt er laag en de zon wordt er langzaam in grijze veelkleurige dampen gesmoord; prachtig, het klopt nog steeds.

Het water daalt

Langzaam daalt het water weer. Jammer, verder dan over de kaai klotsen is het water niet gekomen. De sluisdeuren staan al weer open. Maar ik ben vol goede moed. Er ligt een dik pak sneeuw in de noordelijke Alpen, als dat smelt en als het water nu niet te ver daalt, dan stroomt over een paar weken de kade vast wel over. Als…..als…als…