pausen in het wilde westen

Pausen in het wilde westen

Constantijn de Grote geeft de christenen godsdienstvrijheid

Het eerste verhaal ging over de vrouwelijke paus, het tweede verhaal over de heilige pausen. Dit verhaal gaat over de pausen als bestuurders.
We zijn ongeveer in het jaar 500 aangeland, bij paus nummer 50.
Sinds Constantijn de Grote de kerk erkent heeft, is de tijd van de kerkvervolging voorbij. Goed, hier en daar nog een kleine vervolging, ergens in een randgebied, als een plaatselijk potentaatje zijn verjaardag met een feestje in de arena op wil sieren. Altijd leuk, een paar christenen en leeuwen bij elkaar, lachen. Maar grosso modo: de kerk wordt met rust gelaten.

De kerk zit in Rome en hoort bij de gevestigde orde. De keizers zien het nut van de kerk en zorgen er dus voor dat ze aan de touwtjes trekken.
Er zijn geen regels voor het kiezen van een nieuwe paus. Soms worden ze benoemd door het volk, soms door de senaat van Rome, soms door de adel, soms door bisschoppen die in de buurt zijn.
Hoe dan ook: elke benoeming moet de goedkeuring hebben van de keizer. Iedereen met de juiste toegang tot de keizer kon zijn kandidaat tot paus benoemd krijgen.
En al is de pen machtiger dan het zwaard, in die dagen had degene, die het zwaard vast hield, lak aan die tegeltjeswijsheid.
En begon het volk van Rome om de een of andere reden te morren over die nieuwe paus, geen probleem. Je gooide gewoon een paar zakken geld en een stapel broden over de muren en iedereen was tevreden.

De paus en het wilde westen

Eigenlijk lijkt de ontwikkeling van het pausschap dan erg op de ontwikkeling van het wilde westen:

  • eerst verdrijf je de indianen ( je maakt een eind aan de oude godsdienst: weg met Zeus, Apollo en Venus)
  • dan begin je de grond te bewerken (je sticht zoveel mogelijk kerken, probeert zoveel mogelijk zieltjes te winnen)
  • de concurrenten schakel je uit; je probeer je zoveel mogelijk grond in handen te krijgen (er komen schisma’s; je probeert je eigen geloofsrichting de overhand te laten krijgen)
  • er is geen wet, dus je benoemt zelf een sheriff (je laat je eigen kandidaat paus worden)
  • pas als de beschaving groeit komt er echte wetten en handhavers (er worden steeds meer regels door pausen vastgelegd)

In deze periode, grofweg 500 tot ongeveer 900 probeert de kerk zich los te maken van de invloed van heersers en voor zichzelf een plaats in de gevestigde orde te vinden. Stapje voor stapje slagen de pausen erin de keizer de deur uit te werken en zelf een machtfactor te worden.
Vanaf ongeveer 750 begint dat een beetje te lukken. De koning van de Lombarden en de koning van de Franken wijzen de paus aan als bemiddelaar in een groot conflict. Dat doe je niet als die paus niet een redelijke mate van zelfstandigheid heeft. Karel de Grote werd door de paus tot keizer gekroond; de Romeinse keizers hadden dat niet nodig; die zeiden gewoon “vanaf nu ben ik de keizer.” Die kroning duidt ook op een toenemende macht van de pausen.

De pausen als bestuurders

De pausen zijn dus bestuurders met een toenemende macht.
Bakken ze er wat van?
Niet echt, vind ik. Je hebt natuurlijk het gewone menselijke gedrag: moord, bij andermans vrouw in bed kruipen, kinderen, diefstal, het pausdom kopen, woekerpraktijken; dat soort dingen. Je kan het zo gek niet bedenken, ze deden het allemaal.

Grofweg heb ik gekeken hoe de pausen nummer 51 tot en met 100 het er vanaf gebracht hebben. Ik ga dat niet allemaal opnoemen. Er zijn al mensen genoeg depressief.
Nee, ik heb een globaal overzicht gemaakt en daar wordt je ook niet vrolijk van. Je vraagt je af hoe het in godsnaam mogelijk is dat de kerk als instituut is blijven bestaan:

  • het gaat om ongeveer 50 pausen met 8 tegenpausen
  • zeker 30 pausen hadden te maken met schisma’s of afsplitsingen; het zijn net kikkers in een emmer, ze springen alle kanten uit.
  • 5 pausen zijn vermoord, gestorven in de gevangenis of anderszins geweldig aan hun eind gekomen; klein detail: vaak door hun opvolger
  • 3 pausen zijn opgevolgd door een zoon of broer of hebben zelf hun opvolger benoemd
  • er zijn pausen verjaagd, afgezet, met stenen bekogeld, aan de pest overleden of niet bepaald netjes begraven.

Nee, het was geen bestuur wat uitblonk in integriteit.

© 2017 W.J.Slierendregt
Alle rechten voorbehouden