Terug naar Shangri-La

Terug naar Shangri-La is te koop

Mijn eerste boek is klaar en minstens zo belangrijk: een uitgever geeft het uit. Het contract is getekend, de champagne is ontkurkt. En nu kan je het bestellen in de boekwinkel en ligt het te koop bij bol.com:

https://www.bol.com/nl/p/terug-naar-shangri-la/9300000011559993/

Met vallen en opstaan leer je schrijven, van cursussen maar vooral door het veel te doen. Ik schrijf zo’n drie tot vier uur per dag. En dat moet je consequent volhouden. Langzamerhand begin ik het te leren. Is het goed wat ik Schrijf? Het is geen literatuur. Het is lectuur, voor ontspanning

Ik schrijfboeken en dat duurt bij mij best lang. Ik doe toch gauw drie jaar over een boek. Ik ben altijd met meerdere boeken bezig. Lukt het vandaag niet met het ene boek, dan pak ik het andere boek, waar ik op dat moment wel zin in heb.

Nu, na drie jaar heb ik mijn eerste boek af. Het eerste deel wordt uitgegeven en toen ik dat hoorde sprong ik een gat in de lucht. Je bent natuurlijk pas echt schrijver als je boek in de boekhandel ligt en dat gaat nu gebeuren.

Ik schrijf graag fantasy, je kan je fantasie helemaal los laten, je eigen wereld creëren. Ik hoop dat ik met ‘Terug naar Shangri-La’ iemand een paar leuke leesuren kan bezorgen.

Hoe ben ik op dit verhaal gekomen?

Het is een fantasy boek over buitenaardse wezens, liefde, goud en tovenaars. De basis hiervoor is in 2017 gelegd. Het idee kwam op bij de grote metalen plaat die in Nijmegen midden in de winkelhoofdstraat ligt. Daaronder lag, vanaf ongeveer het jaar 400 tot het jaar 2000 en vier meter diep, het graf van een nogal rijke dame. Op die plaat staat afgebeeld hoe ze is aangetroffen. De originele Lady, haar loden kist en de bijbehorende grafgiften zijn te bezichtigen in Museum Het Valkhof. Het idee wat bij mij op kwam was, ‘stel dat je een graf van een Romein vind met daarin een geheim, wat gebeurd er dan?’

En nu ligt er het boek. Een echt boek. Gemiddeld verkoopt elk boek tussen 250 en 500 exemplaren maar dat is inclusief bestsellers. Als ik er ooit 250 van verkoop lijkt mij dat een wereldprestatie. Dat haal ik nooit. Als ik er over een jaar 50 van verkocht heb, ben ik tevreden. Voorlopig lig ik op schema: er zijn er nu 17 verkocht. Mooi, mooi.

Het boek gaat over Gijs, een armlastige student archeologie. Tot diep onder de ruïne van een Romeinse fort volgt hij aanwijzingen voor een schat. Hij vindt Marcus, een doodzieke Shangri-Laan. Marcus vraagt Gijs hem te redden door de tovenaar Merlijn op te sporen, die ergens in de buurt van kasteel Tintagel in Cornwall woont.
Gijs ontmoet Maria, ze vallen voor elkaar. Maria is journaliste en ruikt een goed verhaal. Dat kan Gijs niet gebruiken. Hij moet Marcus redden, wil het goud van de buitenaardse Shangri-Lanen voor zichzelf houden en zet daarvoor zijn relatie met Maria op het spel.

Lukt het Gijs om Merlijn op tijd te vinden en zo Marcus te redden? Heeft Gijs door zijn hebzucht zijn relatie met Maria onherstelbaar verwoest of krijgen ze nog kans?

Af en toe p0laats ik hier citaten om een indruk van het verhaal te geven.

Citaat blz.9 :

Gijs was het zelfs een keer overkomen dat een dronken student zijn slijtagebroek wilde kopen. Daar had Gijs geen seconde voor nodig. Onder de ogen van Wim wisselden broek en geld van eigenaar. “Gijs, je doet me nog steeds focking versteld staan. Dat je dat durft.”

“Hoezo? Het is zomer. Ik rij straks in een korte broek naar huis. Niemand ziet dat het een boxer is.”

“Ik bedoel het binnen een seconde besluiten je broek te verkopen. Bizar.”

“Wim, ik heb die broek voor tien euro gekocht. Hij is afgedragen en als een dronken malloot geld biedt voor die derdehands broek omdat hij meent dat het de laatste haute couture is , hoef ik daar niet over na te denken. Jij wikt en weegt, ik niet. Ik heb vijftig euro in mijn zak, wil je wat drinken?”

Citaat, blz. 11:

Zijn vriendin Lucia had het uitgemaakt. Van haar kant radicaal en definitief. Voor zijn ogen verdween zijn nummer uit haar mobieltje. De uitstraling van liefde had hij al een poos niet gezien maar deze uitdrukking van pure woede overdonderde hem. Zijn gestamelde woorden “Liefje, kunnen we er niet over praten?” leverde hem een blik als een dolkstoot op. “Het is uit, over, voorbij, ik wil je niet meer zien, ik ben het spuugzat om kop van jut voor jouw pestbuien te zijn.”

“Lucia, het zit me gewoon niet mee. Dat ik af en toe wat uit mijn doen ben, dat snap je toch wel?”

Lucia stopte  even met het bij elkaar rapen van zijn spullen en zei: “Ik wil helemaal niets snappen en zeker niet luisteren hoe jij jezelf vrij pleit van je eigen mislukking. Ik ben je moeder niet. Zoek een ander om bij uit te huilen”

Citaat blz. 18:

“Zeg Wim, weet je wat dit is?”

“Nee, daarom heb ik jou er bijgehaald. Verte het me maar, ik ben benieuwd.”

“Ik hoop niet dat je schrikt van een geraamte. Ik denk namelijk dat dit een kistgraf is. Kom, we halen die plaat er af.”

Heel voorzichtig , centimeter voor centimeter schoof de zware plaat van de kist op het zand ernaast. En ja, er lag inderdaad een geraamte in de kist. Van de lappen, die om het geraamte hingen, was te weinig over voor poetslappen. Ooit moest het een uniform geweest zijn.

“Sodeju, dit is geen kattenpis, Wim. Aan die paar restanten van het uniform te zien, denk ik dat we te maken hebben met een Romeinse officier. Uit welke eeuw weet ik niet.”