Legendes

Laten we het over legendes hebben. En niet over legende die eindigen met “…en ze leefden nog lang en gelukkig”. Daar is niets aan. Legendes om te griezelen zijn leuk. Zoals die van de bokkenrijders of van de witte wieven. Vrij vertaald betekent witte wieven wijze vrouwen. Destijds, voor en in de tijd van de Romeinen, eerde men vrouwen met de gaven van waarzegging en toekomstvoorspelling. Na hun overlijden kregen ze vaak een laatste rustplaats in een grafheuvel. Wanneer de mist boven de grafheuvels hing, meende de bevolking de wijze vrouwen te zien rondzweven boven hun graf. Na de middeleeuwen waren witte wieven niet langer wijs, maar kwaadaardig Heksen. Die zaaiden dood en verderf.

De bange Middeleeuwen

In de Middeleeuwen bestonden basilisken, een kruising tussen een slang en een haan. Zo’n basilisk verscheen in Utrecht in een bierbrouwerij. In die tijd verving bier het ondrinkbare water. De knecht was naar de kelder gestuurd om een nieuw vat bier te halen. Hij kwam niet terug. Ze vonden hem dood en stijf en ze wisten absoluut zeker dat die stijfheid wees op de basilisk. Niemand durfde zich in een kelder te wagen uit vrees de de basilisk tegen te komen. Dat betekende geen bier. Het stadsbestuur loofde een som geld uit aan degene die de basilisk zou verslaan. Een slimmerik ging geblinddoekt de kelder in. Daar pakte hij een spiegel van onder zijn tuniek en hield deze voor het beest. De basilisk zag zijn eigen spiegelbeeld en viel dood neer. Een van de bijnamen voor een Utrechtenaar is langoor. Omdat ze hen van alles wijs kon maken?

De Vliegende Hollander

legendes
de vliegende Hollander. Schilderij van The Flying Dutchman door Charles Temple Dix, circa 1860. Bron: zeeuwse ankers

De Vliegende Hollander is mijn favoriete legende vooral vanwege het nummer de Vliegende Hollander van Johnny Jordaan. Prachtig dat huilende geluid van de wind. Het is een Nederlandse legende uit de tijd dat Holland de grootste vloot ter wereld had. Van alle verhalen over spookschepen steekt de Vliegende Hollander er met kop en schouders bovenuit. Tot in de twintigste eeuw wordt de driemaster waargenomen. Het verhaal begint met schipper Willem van der Decken. Die ligt rond Pasen van het jaar 1676 met zijn schip in een haven te wachten. Al dagenlang stormde het. Dus niemand kon de haven verlaten. Van der Decken was het oponthoud zat en koos op eerste paasdag het ruime sop waar hij nog steeds vaart.

Hier vindt je mijn contactformulier

Zo ga je naar mijn persoonlijke Facebook

Deel dit artikel